Olieverf op onyx toegeschreven aan Jacques Stella.

In mijn onderzoek stuitte ik jaren geleden op een onbekende Zuid-Nederlandse schilder genaamd Jean Martin Stella en dat zorgde voor verwarring. Hij bleek een tijdgenoot en naamgenoot te hebben die een hoge functie had bij de Staten Generaal. Jehan Martin Stella was zijn naam.

De Stella die ik zocht was de ontwerper van de prent Hercules op de tweesprong die Peeter Baltens uitgaf. Zo rond 1577. Een zeer grote prent, zeg gerust poster.

Hercules op de tweesprong uitgegeven door Peeter Baltens.

Die naam en tijdgenoot leek nochtans een ideale kandidaat als inspirator. Qua timing en qua thema. Joannes Martinus Stella of Jehan Martin Stella was een jurist en humanist met protestantse sympathieën van wie teksten verschenen in het in 1578 uitgegeven Chronicorum Turcicorum. Zijn hoofdwerk is De Turcarum in regno Hungariæ annis 1543 et 44 successibus uit 1544. Hetzelfde jaar verscheen in Antwerpen Exemplaria literarum Ioannis Martini Stellae. In 1563 was hij procureur-generaal van het hertogdom Luxemburg. Deze kenner van de strijd tegen de Turken was de ideale inspirator voor werk om de bedwinger van de Turkse vloot te eren. Don Juan zou met de vergelijking met Hercules zeker hebben kunnen leven. Markant detail is ook dat de voornaam van de hertog van Anjou eveneens Hercule-François was.

De prent kon dus dienen om twee spelers in de top van de opstand te bewerken. En dat was zonder twijfel de bedoeling.

Maar het ging toch om een andere Jean Martin Stella. De Ioanni Martini Stella van de prent was een kunstschilder en een zeer indrukwekkende bleek zelfs. Want zijn Latijnse naam was misschien niet bekend, maar zijn Italiaanse en zijn Vlaamse wel: Stello of Stellaert. Van Mander vermeldt hem. Signaturen zoals Stellarij kwamen ook voor. De correcte vertaling is Jan Martenszoon Stellaert.

Jan of Jean Stellaert dus en hij was een Brabander die in Brussel werkte. Duidelijk een romanist die Italië bereisde. In Terni hangt een schilderij van hem.

Een doek in Terni.

De signatuur luidt: MAJORI OBTENEBROR LUMINE. I. MART. STELLA BRABANTINUS. BRUXELLENSIS FACIEBAT 1568

Boeiend daarbij voor de context is dat hij samenwerkte met Gillis Coignet. Een fresco in Terni van beiden illustreert dat.

Fresco in Terni.

Van Mander beweert dat Coignet in Terni samenwerkte met een zeker Stello en dat was ook een Vlaming. Hij zou lid zijn volgens andere bronnen van de Mechelse schilderfamilie Stellaert. Coignet en Stellaert worden in een document vermeld als leden van een grote groep decorateurs die onder leiding van Federico Zuccaro het salon van de Villa d’Este in Tivoli verfraaiden.

Onder de Nederlanders, die uytnemende zijn geweest in onse Const, van wel te connen handelen met de verwen, verdient wel te zijn ghenoemt en gerekent Gielis Coignet, Schilder van Antwerpen, den welcken heeft gewoont by Antonis Palermo t’Antwerpen, aleer hy trock na Italien. Hy hadde eenen medegheselle, die sy hieten Stello, daer hy verscheyden wercken mede, oock binnen Ternij, tusschen Room en Loreten, dede, een Camer met grotissen op de Fransche vreemde wijse, en noch een Altaer-tafel op het nat kalck. Stello bleef doot op de brugghe van t’Casteel, door eenen vyer-pijl, die hem quam op de borst, in een vyeringhe van des Paus feest-daghen.”

Volgens Van Mander stierf Stello in 1570. Dat is raar want op een bepaald moment moet die dus terug in Antwerpen aanbeland zijn. Mogelijk in het gevolg van Don Juan of Farnese waar we ook Stradanus, Joost Van Winghe en anderen zoals Le Saive terugvinden. Al is een dood door een vuurpijl toch wel een memorabel gegeven. En dan nog wel in het kasteel van de paus. Nu ja, Van Mander is niet altijd de betrouwbaarste bron. Hij laat wel vaker de waarheid niet in de weg van een goed verhaal staan.

André Félibien schreef dat Jean Stella stierf in Antwerpen op 76-jarige leeftijd. In 1601. Hij werd dus geboren in 1525 te Brussel. Dat maakt hem een stuk ouder dan Gillis Coignet. Een volle generatie ouder.

Die band met Zuccaro, zoals we hoger lazen, is interessant. Want die Federico Zuccaro was in Antwerpen bekend dankzij de prenten van Cornelis Cort. En nu wil het toeval dat Baltens rond dezelfde tijd een prent uitgaf van diens broer Taddeo. De Mater Dolorosa. Het Rijksmuseum noemt het een Piéta.

De mater dolorosa naar Taddeo Zuccaro gegraveerd door Hieronymus Wierix en uitgegeven door Baltens.

Die prent is van een uitzonderlijk groot formaat. 511 mm × breedte 408 mm. Net als die van Stellaert: 491 mm x breedte: 368 mm. Ze werd gesneden door Jan Wierix naar Stella met verzen van Favolius.

We kunnen aannemen dat Jan Stellaert dus een katholieke schilder was uit een familie van schilders. Maar niks is zeker. Wel duikt zijn zoon Frans of François op in Lyon. En nu wordt het ingewikkeld. Dankzij een inventaris van Claudine Bouzonnet Stella weten we dat Jean de grootvader is van meneer Stella. Jacques Stella met andere woorden. Een tekening uit de jaren 1540 kan met die inventaris gelinkt worden.

Dus is Frans of François Stella is de vader van Jacques en de zoon van Jean Stella. Maar dan duikt nog een Vincenzo Fiammingo of Vincent Stella op in Italië. Die was dan weer actief in de Accademia del Disegno of de san Luca van Rome. Dat blijkt de oom van François. Dus een broer van Jean. François trok ook naar Italië voor een verdere opleiding en vestigde zich nadien in Lyon.

Diens zoon Jacques Stella werd geboren te Lyon en er gedoopt op 29 september 1596 en hij overleed in Parijs op 29 april 1657. Ook hij trok naar Italië en na een carrière in Firenze en Rome kwam ie terug in Frankrijk. Die Jacques is een illuster schilder in Frankrijk op dat moment. Bevriend met Vouet en Poussin. Ondanks de faam en lof van Félibien geraakte die laatste quasi vergeten tot de in 2002 overleden Gilles Chomer een studie aan hem weide.

In de negentiende eeuw schreef een lokale liefhebber genaamd Pierre-Jean Mariette vanalles over Stella en zijn familie. Die losse papieren zijn door anderen onderzocht. Het enige wat we kunnen besluiten is dat de familie Stellaert een tak van kunstschilders genaamd Stella voortbracht in Lyon die tot de achttiende eeuw actief bleven.

Jacques Thuillier schreef in 2006 een biografie van Jacques Stella die nog steeds op Amazon te koop is.

Jacques Stella bleek naast schilder ook graveur. Iets wat ie doorgaf aan zijn familieleden. Maar dat is een verhaal voor een andere keer.

schilderijen op steen

Hier wil ik het hebben voor de schilderijen op steen waarvoor Jacques Stella bekend is. Anne-Laure Collomb schreef daar een boeiend hoofdstuk over in een catalogus enkele jaren geleden.

Olieverf op steen was een gimmick die in 1530 in Italië opdook. Het past in een zoektocht naar technieken van de antieken. Schilderen met was bijvoorbeeld zoals bij Romeinse dodenportretten op sarcofagen. Encaustique. Wasschilderen. De keuze valt dan vanzelfsprekend op leisteen. De leisteen laat zeer diepe zwarte achtergronden toe.

In de jaren 1570 begonnen experimenten op marmer, agaat en zeldzame stenen met motieven. In de jaren 1580 worden die wonderen der natuur gecombineerd met schilderijen en vormen ze steeds vaker één compositie. Een toppunt van raffinement. Maar het blijft vooral een Italiaanse bezigheid.

Jacques Stella heeft zich in die traditie ingewerkt en zette die voort in Frankrijk. Daarmee bediende hij de smaak van een adellijk cliënteel. In de nalatenschap van zijn nichtje Claudine Bouzonnet Stella vinden we tal van voorbeelden. Zijn werken zijn objets de prestige. Stukken voor kabinetten van verzamelaars.

Schilderwerk op agaat, amethyst, leisteen, allerhande soorten kwartsgesteenten, lapis-lazuli, onyx, jaspis (gekleurd kwarts), paragone, marmer…

De stijl van Jacques Stella is wat we noemen het classicisme. Een zeer academische stijl. Maar de voorbeelden zijn wonderlijk mooi soms dankzij die steen. Het toeval wil dat er binnenkort twee geveild worden in Frankrijk die hetzij toegeschreven, hetzij in zijn entourage gesitueerd worden. Die kregen zelfs geen hoge schatting mee. Begrijpe wie kan.

Het eerste is het onderstaande werk.

Het is toegeschreven aan Jacques Stella, maar veel twijfel hoeft daar niet over te bestaan. De schatting is 3000 tot 5000 euro. Opmerkelijk laag voor zo’n werk.

De voorstelling is La Sainte Famille au désert servie par des anges. Het is geschilderd op albast. Een materiaal waar in Mechelen een hele beeldhouwindustrie rond bestond. Het is een zeer zachte en poreuze steen. Eigenlijk een vorm van gips. Het lost daardoor zelfs op in water. Dus nooit afwassen!

De afmetingen zijn 42 x 37 cm. Uiteraard zijn er kleine schades aan de steen. De kristallen van ijzer en mangaan in de steen dienen als decor.

De veilingmeester is voor een keer zeer goed geïnformeerd en weet te zeggen dat Jacques Stella in Florence tussen 1616 en 1623 met deze methode begon. Terug te Parijs in 1635 begon Stella aan een immense productie op steen.

Een ander werk le Christ accueillant la Vierge dans le ciel uit 1645 zou zeer dicht staan bij dit werkje.

Het tweede werk dat op een veiling passeert is het onderstaande.

Dit keer toegeschreven aan de omgeving van Jacques Stella. La Sainte Famille op onyx die op leisteen is gelijmd. Met enkele beschadigingen. De afmetingen zijn 25,8 x 33,6 cm. Schatting  3 500 € – 4 000 €.

Een andere veiling biedt een olieverf op paneel aan als Antwerpse school rond 1600. La Nativité  met ‘Ancienne étiquette au revers écrite à la plume: ” une nativité sur bois peinte par Stella né à Lyon en 1596 mort à Paris en 1957, élève de son père.”‘ De afmetingen zijn 54 x 40 cm. De schatting is 2000 tot 3000 euro. Afgezien van de lelijke baby een verdienstelijk schilderij, maar allicht geen Jacques Stella. Misschien een François Stella of een Jean Stella?