Het paneel met de prediking door Johannes de Doper.

Soms kan je als kunstliefhebbers droef en boos worden over een slechte tot zeer slechte restauratie. Afgelopen weken was ik dat. Nochtans had ik het mismeesterde paneel zeer graag gekocht, want het bleef niettemin een boeiend kunstwerk. Misschien zelfs te redden dankzij nieuwe technologie. En neen dan bedoel ik geen AI.

Omdat ik uit de boedelbeschrijving van de onverdeelde nalatenschap van Peeter Baltens weet dat hij een schilderij met daarop Johannes de Doper bezat, ben ik constant op zoek naar dat vermiste schilderij. Was het van zijn hand? Was het van de hand van één van zijn vrienden? In dat laatste geval komen vooral Gillis Mostaert en Maerten de Vos in aanmerking. Van beide zijn prenten bekend met voorstellingen van Johannes de Doper. Zeer gegeerde (lees dure) prenten overigens.

Afgelopen weken was ik weer een interessante Johannes de Doper op het spoor gekomen die bovendien erg laag geschat was door een Frans veilinghuis: 600-800 euro. Jammer genoeg ging die vandaag onder de hamer en hoewel de prijs relatief laag bleef, lag die op 1150 euro zonder kosten. De uiteindelijke prijs van meer dan 1500 euro ligt momenteel helaas buiten mijn mogelijkheden.

Toch is het een zeer interessant paneel. Niet dat ik de lezer nooit over oninteressante panelen zou durven lastig vallen, maar dit was werkelijk een interessant paneel. De schildering is zeer degelijk (op de verprutste delen na dan, maar daarover verder meer), maar geen absolute top. Het gaat blijkbaar over een eigentijdse kopie of atelierwerk. Maar van welk origineel?

het ontwerp

Van de voorstelling bestaat ook een prent. Naar Maerten de Vos. De compositie is dezelfde in drie prenten naar Maerten De Vos (twee verticale en één horizontale). Er bestaat zelfs een kleinere Antwerpse prent van enkele decennia later die de compositie bijna identiek overneemt. Puur plagiaat door graveur Jacques De Bie en uitgever Adriaen Collaert. Dit schilderij was naar de horizontale. Of die horizontale prent op een tekening of een schilderij gebaseerd was weten we niet.

De beschrijving door het veilinghuis was weer zeer gebrekkig zoals steeds in Frankrijk. ‘Ecole flamande du XVIIe siècle, suiveur de Marten de VOS “La prédication de saint Jean-Baptiste”‘. Los van de foute eeuw, altijd de foute schrijfwijze van de naam.

De staat was niet super maar zeer acceptabel: ‘Huile sur panneau de chêne (restaurations, fentes) 34,6 x 42,3 cm’. Het formaat is dus dat voor een woning en niet voor een kerk of kapel. Wat trouwens het onderwerp een protestants tintje geeft. Of zelfs een wederdopers tintje als het als statement in de woning diende.

Wat de expert wel juist had, is de uitleg over de compositie: ‘Composition reprise d’après une estampe attribuée à Hieronymus Wierix, publiée par Gerard de Jode en 1585 à Anvers suivant un dessin de Marten de Vos. Rééditée par Claes Jansz. Visscher à Amsterdam au XVIIe siècle.’

De prent uitgegeven door Gerard de Jode in Antwerpen rond 1585. Met nummer 1.

Die datering is misschien belangrijk voor de betekenis van de prent omdat de prent dus uitgegeven werd in de nadagen van het calvinistisch bestuur van Antwerpen voor de val van Antwerpen. Maar daarover verder meer.

De prent waarop het schilderij gebaseerd zou zijn. Latere staat door Claes Jansz. Visscher in Amsterdam die de koperplaat kocht. Zonder nummer dit keer.

De graveur lijkt trouwens onbekend. Al schrijft het veilinghuis dit toe aan Hieronymus Wierix. Wat plausibel is, maar niet correct. De prent werd opgenomen in een compilatie door Gerard de Jode getiteld Thesaurus novi Testamenti elegantissimis iconibus expressus continens historias atque miracula doni nostri Iesu Christi . Daarvoor kocht De Jode her en der oude koperplaten op. Mogelijk kwam drukplaat uit een ander atelier. De prent heeft immers een pendant met ook Johannes de Doper als onderwerp.

De reden dat de prent ouder is dan de boekuitgave in 1585 is juist die nummering. Waarom twee prenten 1 en 2 nummeren in een compilatie? Ze verschenen dus eerder los. Bij wie? Blijkbaar wel bij Gerard de Jode want er is geen andere staat bekend zonder signatuur of met een andere uitgever behalve de latere staten van na 1610 door Claes Jansz. Visscher.

Die prent die als pendant fungeert, is genummerd 2 en toont de doop van Jezus. En die prent geeft wel de graveur weer: Antonie Wierix II (c.1552 – c.1604). Antonie I was meubelmaker (van Antwerpse kabinetten) en Antonie III (de zoon van Antonie II) werd pas geboren in 1596. Dus duidelijk Antonie II. En dat is best opmerkelijk.

De tweede prent uit de reeks.

Antonie of Antonius was actief vanaf 1579. Hij was ‘wijnmeester’ of zoon van een meester in het Gilde van Sint-Lucas vanaf 1590. We weten dat hij net als Hans II Liefrinck al twee jaar voor andere graveurs werkte op 15 December 1587. De datering 1585 komt dus goed in de buurt.

Net als zijn broers had Antonie een kwade dronk en een zwaar alcoholprobleem. Zo erg dat hij zelfs zijn koperplaten verpande om zijn rekening in de staminee te betalen. In 1601 bleek hij plots zes maanden verdwenen uit Antwerpen (weliswaar niet op de vlucht voor doodslag zoals één van zijn broers).

De betekenis en context van de prent

Wat zien we op het paneel? Johannes de Doper spreekt de menigte toe en wijst op Christus, die rechts op de achtergrond komt aanwandelen. Onder de voorstelling een verwijzing in het Latijn naar de bijbeltekst in het evangelie van Johannes.

De keuze voor Latijn was veilig als uitgever. De volkstaal zou al snel de verdenking van protestantisme of erger nog wederdoperschap oproepen. Elke vertaling linkte de uitgever ook aan een bijbelversie die eventueel verboden bleek of kon worden.

Het bijschrift luidt: Vox ego sum clamans loca per deferta parate venturo gressum domino cursumque viarum.

Vertaald geeft dat: ‘Ik ben de stem die roept in de woestijn “maak recht de weg van de Heer”‘ (deel van vers 23) in het Johannes-evangelie.

Des te markanter is daarom het totaal andere vers bij quasi dezelfde compositie, ook van Maerten De Vos, voor een prent van na de Val van Antwerpen. Bij de katholieke uitgever Jan-Baptist Vrints (die veel drukplaten van Baltens kocht van de erfgenamen bijna tien jaar diens dood) staat een citaat uit Matteüs.

Zelfde compositie. Gegraveerd door Jaak de Weert. Uitgegeven door Jan-Baptist Vrints enkele jaren na 1585.

De koperplaat kwam later in handen van de Amsterdamse uitgever Claes Janszoon Visscher I. Die vanaf 1610 massaal koperplaten opkocht in Antwerpen. Een andere mooi voorbeeld daarvan zijn de afbeeldingen van Antwerpse gebouwen rond de beroemde Marchionatus-kaart met daarop een stadsplan van Antwerpen.

de ontwerper of designer

Tekening door Maerten de Vos met dezelfde compositie.

Belangrijker dan de graveur is natuurlijk de uitvinder of ontwerper. In dit geval tekenaar en kunstschilder Maerten De Vos. Maerten De Vos was luthers, maar gold als de belangrijkste schilder van Antwerpen, Brabant en heel de Nederlanden. In zijn lange carrière kreeg hij de eer om het portret van de evangelist Lucas met Maria te schilderen voor de kapel van het Sint-Lucasgilde in de kathedraal. Dit ter vervanging van een tijdens de Beeldenstorm in 1566 verloren gegane versie van Quinten Metsys. Voor de figuur van Lucas zou hij trouwens als eerbetoon een portret van Quinten Metsys geschilderd hebben.

Maerten De Vos voorkwam ook persoonlijk de verkoop van belangrijke schilderijen uit de kathedraal aan buitenlandse vorsten zoals Elizabeth I van Engeland. Het armlastige stadsbestuur liet zich van die gruwelijke voornemens afhouden puur op gezag van Maerten De Vos binnen de stad en het Sint-Lucasgilde. Wanneer De Vos sprak luisterde men. Na de Val van Antwerpen bleef De Vos in tegenstelling tot andere protestanten. Tot de doorbraak van Peter Paul Rubens gold Maerten De Vos als de grootste Antwerpse schilder sinds Quinten Metsys (de Antwerpse schildersschool kende voordien nog echte grootheden zoals de nu grotendeels vergeten Jan De Beer, Jan Sanders Van Hemessen of Frans Floris).

De achterkant van het eiken paneel. Geen stadskeur van Antwerpen, maar wel een lakzegel van een verzamelaar.

de schildering en de verprutste restauratie

Wat kan technisch over deze prediking van Johannes de Doper – of misschien zelfs accurater de aanwijzing van Jezus door Johannes de Doper – verteld worden?

De schildering is over het algemeen goed, maar er scheelt iets met een aantal gezichten. Die zijn slecht tot zeer slecht geschilderd. Was er dan een knoeier aan het werk? Ja en neen. De schilder van dit paneel blijkt meer dan degelijk, maar dit schilderij is ooit slecht gereinigd. Met vuile vernis zijn hele delen van gezichten weggehaald. De knoeier was de restaurator.

Opvallend hoe hele stukken schildering gewist of verrommeld lijken.

De manier van schilderen van de personages doet wel degelijk aan een paar Antwerpse schilders uit de entourage van Maerten De Vos denken. En daar is zelfs een reden voor. Het hondje rechtsonder.

Daar is ie weer. Het keffertje.

Kortom dit paneel is slachtoffer geweest van een heel slechte restauratie. Wat bijzonder jammer is. Maar het blijft een interessant paneel van een al bij al zeer goed schilderij met een topcompositie en een beetje een controversieel onderwerp toen het geschilderd werd. Want wat er op staat riep reacties op of signaleerde een visie van de eigenaar.


Een reactie achterlaten