De Lierse Furie

Op onderstaande foto’s staat een zilveren penning van de bevrijding van Lier door de Antwerpenaren in 1595. Een boeiend hoofdstuk in mijn dissertatie. De penning die bruin geverfd is (maar met microxrf zilver blijkt) ligt naast de gravure over dit voorval in de Chronicke door Laurens van Haecht Goidtsenhoven uit 1606. Onder de gravure staat een chronogram.

De afbeelding van de penning en medaille die de Antwerpenaren uitdeelden na hun succes in 1595. (foto © Lode Goukens)
De afbeelding van de penning en medaille die de Antwerpenaren uitdeelden na hun succes in 1595. (foto © Lode Goukens)

De penning dateert uit 1595. De maker is beeldhouwer en koninklijke muntgraveur Jacques Jonghelinck. De grootste naam qua beeldhouwer en vooral het ontwerpen en maken van matrijzen voor munten, penningen en plaquettes uit zijn generatie. Jacques Jonghelinck was de broer van één van de vermogendste Antwerpenaren Nicolaas Jonghelinck. Die laatste was bankiers en reder en staat bekend als opdrachtgever van onder andere de kunstschilders Pieter Bruegel en Peeter Baltens. De als beeldhouwer gevormde Jacques reisde samen met Maerten De Vos en Pieter Bruegel naar Italië in zijn jonge jaren (circa 1550). Die Italiëreis van wellicht twee jaar was net voor ze alledrie meester werden in het Sint-Lucasgilde van Antwerpen.

De gelegenheid voor de penning was de verdediging en ontzetting van Lier. De stad Lier werd met succes verdedigd tegen de Staatsen door Don Alonso de Luna, de Spaanse stadsvoogd. De militaire hulp vanuit Antwerpen gaf de doorslag en voorkwam een compleet brandschatten van de stad tijdens een raid door de protestanten.

Daarom ook dat de ‘maagd van Antwerpen’ afgebeeld is met een kroon met de Antwerpse burcht en de bekende twee handen uit het stadswapen. Op de achterkant staat in een eikenkroon: PRID/ ID·OCT:/ en het jaartal in Romeinse cijfers (in een voor die tijd courante notatie die nu wat raar lijkt). De afmetingen zijn: 46mm diameter, 30 g zilver.

Wat gebeurde? In 1595 laaien de hostiliteiten op tussen opstandelingen en gebieden onder Spaans bewind. De meeste Spaanse troepen die normaal in Antwerpen gelegerd waren bevonden zich in Friesland. De koninklijke troepen vochten tegen graaf Maurits van Nassau bij Grol. De Staten van Holland zagen daarop hun kans schoon om Brabant aan te vallen. Ze kozen Lier uit. Vanuit de bezette Brabantse steden Breda en Bergen op Zoom vielen ze Lier aan onder de leiding van Charles de Héraugière, gouverneur van Breda. Deze laatste was een protestantse Waalse edelman en militaire bestuurder die bekend stond wegens zijn listen en onconventionele tactieken. Dergelijke raids kwamen vaker voor, maar zelden op steden.

Op 14 oktober om 5 uur ’s ochtends stonden meer dan 700 landsknechten en 300 ruiters van de Staatsen voor de Mechelsepoort. Ze vermoordden de wachters en drongen de stad binnen. Een gewonde poortwachter waarschuwde de Spaanse gouverneur en de burgermeester. In twee golven drongen deze de Staatsen terug uit het centrum van Lier. De burgerij verdedigde de Lisperpoort. De Spaanse gouverneur stak molens en gebouwen in brand om vrij te kunnen schieten.

Francisco Angeli, een Italiaan die burger was van Lier, haastte zich naar Antwerpen. De Spaanse bevelhebber van de citadel, Gaspar de Montdragon, kwam ter hulp met tweehonderd tercios en een massa Antwerpse burgers. Waaronder drie schepenen: jonkheer Antonius van Berchem, jonkheer Jacobus d’Assa en jonkheer Ægidius de Mera. Verder een ridder genaamd Anselmus vanden Cruyce, die het later zou schoppen tot schatmeester van Financiën. Verschillende kapiteins van de schutterij leiden de Antwerpse burgerwacht.

In de voorhoede onderscheidde jonkheer Judocus Robijns ‘capiteyn vande borgers tot Antwerpen’ zich.

Ook uit Mechelen kwamen burgers. Samen ontzetten ze Lier ‘met groote couragie’. De schade bleek enorm. Huizen platgebrand. Vele aanvallers en verdedigers verdronken omdat ze met paard en al in het water sprongen aangezien de Leuvensepoort gesloten bleef en ze niet konden vluchten uit dat deel van de stad.

‘De straeten lagen vol dooden ende alderhande packen’. Een bloedige strijd tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Tijdgenoten noemden het de Lierse Furie (verwijzend naar de Spaanse en Franse furie in Antwerpen en de Engelse furie in Mechelen). Het geeft de gevoelens weer van de burgers betreft de soldatesque.

De Antwerpenaren keerden triomfantelijk terug. De Lierse burgemeester liet een tekst aanbrengen op de gevel van het stadhuis:

En decimo quarto Octobris quod fata tulerunt
Hostibus expulsis capta recepta Lyra est.

In Antwerpen besloot het stadsbestuur om de helden te eren met een medaille of een penning. In verschillende metalen al naargelang de rang of stand van de held. De stadsrekeningen van 30 april 1596 vermelden de betaling aan Jonghelinck van 534 guldens 15 sols voor een niet nader genoemd aantal medailles.


Een reactie achterlaten