Conceptfoto van Elgato bij hun Facecam 4K (foto: Elgato)

Ik heb altijd een fascinatie gehad voor camera’s. Meer voor foto, film en video, maar dus ook voor webcams. Al moet ik zeggen dat webcams een aanzienlijk deel uitmaakten van de miskopen die in de ingemaakte kast belanden. Net zoals zoveel computer-accessoires.

Mijn verhaal qua webcams begon allemaal met de Quickcam van Connectix. Een leuk hebbeding in 1994 voor bij de splinternieuwe PowerMac 6100AV. Ik kocht die laatste in het begin van mijn journalistieke carrière. Dat was een forse investering. En zeker met de AV-optie waar ik video mee wou bewerken. Die 6100AV was immers de eerste Mac met PowerPC-processor. Hij verving mijn trouwe Macintosh Classic (de mooiste Mac ooit volgens mij).

De Quickcam van Connectix

Tegelijk werkte ik nog met een resem pc’s waaronder een peperdure IBM PS/VP (486 DX2) voor het ontwikkelen van multimedia, maar alle schrijfwerk gebeurde op de Classic en nadien de PowerMac. Tenminste tot ik mijn eerste Powerbook kocht. Die Powerbook 180C dateerde van 1993, maar ik kocht hem tweedehands. Het was de eerste met een kleurenscherm, maar dat was wel erg klein. Bovendien was de batterij zo snel leeg dat ik een batterijpack van een paar kilo (zo groot als de Powerbook) meezeulde en zelfs een opvouwbaar zonnepaneel kocht. Al snel volgden nadien de Powerbook 540C, de PowerBook 5300cs, PowerBook 1400cs, de Powerbook G3 en zowat elke volgende generatie laptops van Apple waaronder de Titanium. Dikwijls zaten er miskopen tussen (de laatste 17 inch bijvoorbeeld), soms zaten er echte parels tussen zoals de G4 12 inch die jaren meeging tot ik op de MacBook en MacBook Pro overstapte .

In 1994 hadden al die toestellen gelukkig nog veel poorten. Die hadden allemaal een adb-poort en een seriële poort. Zo kon je die Quickcam daar op aansluiten. Erg praktisch in het gebruik bleek dit toch nog niet.

Nu ja, als gespecialiseerd IT-journalist kon ik er altijd over schrijven. Dat bracht dan tenminste nog wat op. Leuke stukjes voor MacWorld of Net bijvoorbeeld, occasioneel een kort artikeltje in mijn rubriek Modem in Knack. De programmatuur bij de Quickcam was ook nog niet veel soeps. Alles verliep via de speciale parallelle poort van Apple. En uiteraard was online gaan met video-ip al helemaal een uitdaging met een modem via de analoge telefoonlijn. Verschillende generaties Teleport-modems van Global Village leverden nog altijd snelheden op waar we tegenwoordig mee zouden lachen (of niet mee zouden kunnen lachen als internet op onze smartphone zo traag zou zijn). Van die modems heb ik alle modellen van Bronze tot Platinum gehad. Ze vielen ook weer op dankzij hun mooi en compact design. Duur mijn hele huis liepen Localtalk-kabels tot ik renoveerde en overal cat-5-kabels in de muren liet leggen voor ethernet en ISDN. Zodat ik via de toen fantastische Diva-modem van Eicon internet had via ISDN. Pas later volgde ADSL via een router.

De software van de Quickcam die gebruik maakte van QuickTime van Apple.

Kortom de Quickcam was een gadget. De eerste ernstige webcams kwamen later. Ten tijde van de G5 werkstations van Apple Computer kwam er een betere oplossing. Van Apple zelf dit keer. Prachtig design en in een plastic kokertje om op te bergen. Aan te sluiten via firewire.

De webcam van Apple Computer (foto: © Lode Goukens)

Op dat moment was ik al langer bezig met meer dan multimedia. Na pogingen om met een Immix video te monteren, was ik snel met Avid beginnen werken op de Powermac. Dat zorgde voor een gedwongen terugkeer naar Windows want Avid en Apple kregen ruzie. In 1999 kwam er een werkstation met Windows bij. Al kwam er in 2000 wel opnieuw een desktop van Apple voor video bij. Die diende als mijn werkpaard om cd’s te ontwerpen en te branden. En uiteraard om te schrijven. Ondanks de mooiste iMac, namelijke de iMac DV+ (in sage green), was een mac niet echt meer een optie. Wat de woordvoerder van Apple Benelux me bijzonder kwalijk nam toen ik dat op weg naar een keynote van Steve Jobs in Londen zei.

De iMac DV+, de mooiste en bedoeld om digitale video van camcorders te bewerken.
Aan het werk tussen stapels documentatie achter de iMac DV+ en aan de andere kant van het bureau stonden twee pc’s. Eén voor video-montage en één voor het sturen van robots in het bureau en de serverruimte.

Aanvankelijk werd het in 1999 dus Avid Xpress DV. Dat had buiten de naam met het opmaakprogramma QuarkXpress (dat ik toen ook veel gebruikte voor drukwerk) gemeen dat het ongemeen duur was en bijzonder ingewikkeld. Versie 1.5 kwam samen met een IBM Intellistation M Pro met Canopus-kaart (DV Raptor). Voor de DVD-authoring moest je Daikin Scenarist of Sonic ReelDVD gebruiken. Een troost was dat die IBM een heel goede pc met Pentium III was en bovendien één van de mooiste pc’s. Al was het design afgekeken van NextStep.

IBM Intellistation M Pro voor video-montage.

Andere apparatuur volgde in hoog tempo voor DVD-authoring. Ingest of capture, conversie, montage, rendering en uiteindelijk schrijven van de premaster op DLT-tape of een dvd-recorder van Pioneer van 120.000 frank.

Avid Xpress DV werd na drie versies Avid Studio en toen deed Media Composer zijn intrede en dit programma bestond opnieuw ook voor Apple. Maar Apple zelf had niet stilgezeten. De DVD-authoring met DVD-Studio Pro van Apple was zoveel performanter dan de oplossingen van Sonic dat ik bijna nog enkel op mac authoring deed. En zo kwam Final Cut Pro binnen. De ingest en de montage deed ik steeds meer op mac. Net als de halve sector overigens. Ik ben daar trouwens nog avondcursussen voor gaan volgen bij KISP in Gent om FCP beter onder de knie te krijgen. Het bracht opnieuw een hoop hardware mee die je moest leren kennen. De kaarten van Blackmagic Design, de DAC-2 van Datavideo, de converters van AJA Video Systems… Mijn favoriet qua design en gebruiksgemak was de IOHD.

De IOHD van AJA om allerlei mogelijke videobronnen aan te sluiten op de MacPro.

Gebruikers kunnen zich niet inbeelden hoeveel uren je moest zitten wachten en ondertussen noodgedwongen iets anders doen terwijl video ingeladen, geconverteerd of gerenderd werd. En het duurde altijd langer dan voorzien. Dus al snel zat je op drie toestellen tegelijk te werken tot een gat in de nacht. Als was het enkel om de statusbar in de gaten te houden.

Door dagelijks met hoogwaardige videobeelden bezig te zijn was het spelen met webcamera’s naar het achterplan verdwenen. Ik filmde zelf wel met een degelijke miniDV-camcorder van Canon, maar hoofdzakelijk werkte ik op de video van anderen (meestal klanten). Binnengebracht op dvcam, betacam, dvpro… allemaal digitale tapes met andere woorden. Toen scanners voor pellicule zoals de FlashScan van het Berlijnse MWA topresultaten leverden volgde het digitaliseren van film (8mm, super8, 16mm en 35mm).

Tot een gadget de aandacht trok. Rond 2004 begon ik te spelen met de Panasonic BL-C10A. Dat was een netwerkcamera of ip-camera die aan een cat5-kabel hing. Via die netwerkkabel moest je die op de router aansluiten. Dan kon ik via een browser zien wanneer de sensor was beginnen filmen of gewoon kijken wat ie filmde. Ik kon vanop afstand via internet met mijn laptop de camera laten bewegen (pannen en tilten). Ideaal om in de productie-omgeving robots in de gaten te houden of te kijken wie er zoal binnenkwam. Toch was dit dan weer geen webcam, maar een ip-camera. Dankzij een privacy-knop op de camera kon je zorgen dat niemand van op afstand kon filmen.

De ip-camera van Panasonic.

Een andere gadget waar ik rond 2020 mee speelde was een deurbelcamera van Balco die Aldi verkocht. Op batterij en via wifi. ‘Wat kon mogelijk fout gaan?’ denk je dan zeer cynisch. Het werkte even. Dat liep altijd mis op de iphone omdat de software de login verspeelde en de klantendienst zeer onbehulpzaam was (zogezegd omwille van de privacy). Nochtans was het leuk om vanop de campus thuis te zien wie voorbij je voordeur liep enzovoort.

Ik werk nog altijd met FCP. Niet meer dagelijks, maar dingen kunnen snel veranderen. Filmen doe ik nu meestal met een Nikon Z5. Wat een vooruitgang trouwens.

Ondertussen zijn tal van generaties webcams de revue gepasseerd en is er een nieuwe revolutie bezig. Dankzij podcasts en het moet gezegd ook dankzij streamingdiensten voor “adult entertainment“. Mijn nieuwste speeltje is een 4K-webcam. Ik overwoog ook even de Insta360 Link 2 die aantrekkelijk specificaties heeft.

Facecam 4K

Bij de Facecam 4K van Elgato kocht ik een teleprompter en verlichting. De software om te beheren kan je downloaden. De beeldkwaliteit is fenomenaal. Video kan je inladen in FCP. Al moet het wel via de omweg van OBS omdat FCP de externe camera niet herkent.

De camera hub software om te beheren. (© Lode Goukens)

De eerste resultaten van die nieuwe speeltjes kan u binnenkort hier gadeslaan. Hou het in de gaten.

Vindt u deze tekst interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 


Een reactie achterlaten